Waarom ik voorlopig geen Bitcoin koop

Foto: Maria Teneva via Unsplash

Sinds 2014 houd ik me bezig met cryptovaluta en blockchain-technologie. Ik ben enthousiast over de mogelijkheden die ze bieden voor decentrale en zelfregulerende (ICT-)systemen, en over wat dat zou betekenen voor de empowerment van burgers tegenover machtige partijen als Facebook, ABNAMRO en de Belastingdienst. In het bijzonder ben ik, of was ik in ieder geval, enthousiast over Bitcoin. Dat laatste is de afgelopen tijd een stuk minder geworden en ik heb besloten voorlopig ook geen geld in Bitcoin te steken. Ik zal dat uitleggen aan de hand van tien vragen die ik regelmatig hoor.

Deze eerste vraag is eenvoudig te beantwoorden, want de onbekende bedenker die zich Satoshi Nakamoto noemde was hier heel expliciet over: “a peer-to-peer electronic cash system”. Een systeem waarbij een gebruiker “elektronisch geld” zou kunnen betalen direct aan een andere gebruiker, zonder dat daar een bank of een andere centrale partij voor nodig zou zijn. Betalingen zouden dus ook niet tegengehouden of teruggedraaid kunnen worden door een bank of een overheid.

Technisch gezien wel. Bitcoin werkt al ruim twaalf jaar vlekkeloos en heeft een indrukwekkend aantal crises overleefd. Er zijn duizenden “beter-dan-Bitcoin” cryptovaluta gelanceerd, maar de meeste daarvan zijn ook weer verdwenen. Gemeten naar de waarde van de transacties die het verwerkt, is Bitcoin verreweg de grootste cryptomunt. Twee zaken zijn in mijn ogen cruciaal voor dit succes. Ten eerste heeft Bitcoin een goed, consistent verhaal. Het is gemodelleerd als digitaal goud, en dat heeft weerklank gevonden bij voorstanders van de Gouden Standaard en andere mensen die gezond, waardevast geld als de basis voor een florerende economie zien. En ten tweede is Bitcoin in veel opzichten de meest decentrale, meest democratische cryptomunt. De code is open source en niet in het beheer van een bedrijf of stichting. Iedereen kan verbeteringen voorstellen, niemand kan ze forceren. Dat versterkt het vertrouwen in het “digitale goud” (niemand kan zomaar de spelregels veranderen), maar het spreekt ook mensen aan die in Bitcoin een soort infrastructuur zien; een protocol voor eigendom en overdracht van waarde dat door iedereen gebruikt kan worden en door niemand gecontroleerd.

Echter, dat iets technisch gezien werkt en in theorie kenmerken van geld heeft, wil nog niet zeggen dat het ook geld ís.

Nee. Je kunt er lang of kort over praten en er allerlei definities naast leggen, maar uiteindelijk is er slechts één criterium of iets geld is: wordt het daadwerkelijk gebruikt als geld? Zijn er mensen die Bitcoin gebruiken voor hun dagelijkse boodschappen? Zijn er plekken op de wereld waar je een maand kunt leven met alleen Bitcoin op zak, als je die niet mag omwisselen voor lokale valuta? Nee, die zijn er niet. Bitcoin-transacties hebben (naar schatting, uiteraard) voor 90% betrekking op speculatie en voor de rest op belastingontduiking en het financieren van illegale activiteiten. Niemand betaalt zijn huur, zijn pizza of zijn halfje gesneden wit met bitcoin.

De fantasie van de Bitcoin-gelovigen is dat de euro en de dollar onvermijdelijk in zullen storten, en dat Bitcoin dan de mondiale reservevaluta zal worden. Het eerste deel van deze fantasie acht ik voorstelbaar, het tweede niet. Er zijn in zo’n geval voor nationale overheden gewoon veel betere alternatieven.

Voor de voorzienbare toekomst is de realiteit dat mensen hun salaris in euro’s krijgen, en hun belasting en hypotheek in euro’s moeten betalen. Het kopen van heftig fluctuerende Bitcoins is een stap die je dan alleen zet als belegging, of om iets te kopen wat je niet op een andere manier kunt of wilt kopen. In die laatste categorie zitten nu vrijwel uitsluitend illegale transacties. Daarom, en omdat mensen uiteindelijk toch euro’s en dollars willen hebben, zullen overheden het aan- en verkopen van Bitcoin en andere cryptomunten gaan reguleren — wat er waarschijnlijk toe zal leiden dat er helemaal geen legale toepassingen meer overblijven die sneller of goedkoper zijn dan het normale betalingsverkeer.

Bitcoin is dus geen geld. Op zich niet vreemd, want het is gemodelleerd naar goud, en ook goud is in de geschiedenis zelden als geld gebruikt. Is het dan, zoals goud, een asset, een belegging? Vrijwel alles kan een belegging zijn: aandelen, obligaties, kunst, antiek, whisky en ook goud. Bitcoin heeft als bijzondere eigenschap dat het digitaal is; het is uiteindelijk helemaal niets. Je kunt het niet opdrinken of er sieraden van maken. Maar uiteindelijk geldt hier hetzelfde als voor geld: het relevante criterium is of mensen Bitcoin gebruiken als belegging — en dat is zonder meer het geval.

Ja, ze hopen dat de koers stijgt, dat is duidelijk. Maar in welke scenario’s zou dat moeten gebeuren? Voor de echte Bitcoin-gelovigen is het antwoord hierboven gegeven: de Bitcoin vervangt uiteindelijk de dollar en de euro, en aangezien er maar 21 miljoen Bitcoins zijn en triljarden aan dollars, euro’s en ander boterzacht fiat-geld, moet elke Bitcoin tegen die tijd wel een paar miljoen waard zijn. Maar de meeste beleggers snappen dat dit scenario zeer onwaarschijnlijk is en dat je om deze reden hoogstens een paar euro in Bitcoin zou moeten steken. Als een soort Staatslot. Dus waar hopen ze dan op?

Natuurlijk, er zijn beleggers die een visie hebben op een beter internet, of de digitalisering van de internationale handel, of nog iets anders, en die menen dat Bitcoin daar op de een of andere manier een rol in gaat spelen. Maar de meeste beleggers hopen toch gewoon dat ze er dit keer vroeg bij waren. Dat straks de hedgefunds, de beleggingsfondsen en de vermogensbeheerders Bitcoin gaan ontdekken. Hoe langer de koers blijft stijgen, hoe waarschijnlijker het is dat Bitcoin door professionals als een serieuze mogelijkheid zal worden beschouwd. Voorlopig zijn er voor professionele beleggers echter nog veel “red flags”. Zo is het toezicht op de crypto-beurzen gebrekkig en zijn er voortdurend berichten over koersmanipulatie. Het meest fundamentele bezwaar voor beleggers is dat er, behalve de koers, geen enkele zinvolle metric is om de progressie van Bitcoin aan af te meten. De enige reden dat je op winst staat, is dat er nog steeds mensen zijn die er meer voor willen betalen, in de hoop er zelf nog meer voor te kunnen vragen. Dat verschilt in niets van een piramidespel.

De “marktkapitalisatie” van Bitcoin, de koers maal het aantal Bitcoins in circulatie, is een moeilijk te interpreteren getal, en de koers in feite ook. Een aandelenkoers kun je relateren aan de winst, de cashflow, het eigen vermogen, en die kengetallen kun je weer vergelijken met die van de concurrentie. Met de koers van Bitcoin kan dat allemaal niet. De enige context is de historische koers, maar daarvoor gold hetzelfde.

Bitcoin is geen bedrijf, en de prijs is geen aandelenkoers. Een hoge aandelenkoers is prettig voor een bedrijf, want het maakt het goedkoper om kapitaal aan te trekken. Een lage beurswaarde kan een bedrijf tot een overnameprooi maken. Voor Bitcoin geldt dat allemaal niet. Bitcoin werkt precies even goed bij een koers van €300 als bij een koers van €30.000. De koers is voor Bitcoin iets externs en irrelevants; de software heeft geen koers nodig om te kunnen werken.

Bitcoin heeft geen intrinsieke waarde. Voor een munt, een valuta, is dat niet vreemd. Een biljet van 10 euro heeft ook geen intrinsieke waarde. Maar Bitcoin is geen geld, het is een belegging. Misschien zou je Bitcoin het beste kunnen zien als een out-of-the-money optie: de huidige waarde bestaat geheel uit verwachtingswaarde — een enorme waarde in een bepaalde toekomst maal de (hele kleine) kans dat die toekomst werkelijkheid wordt. Het probleem is: er is geen scenario waarin Bitcoin onherroepelijk een fortuin waard wordt, behalve dat onmogelijke verhaal van Bitcoin als de nieuwe wereldreservevaluta. Het lijkt me heel goed mogelijk dat nationale toezichthouders tot dezelfde conclusie komen en consumenten zullen willen beschermen tegen het aankopen van dergelijke waardeloze opties.

Nee, dat zeg ik niet. Integendeel. Bitcoin en blockchain zijn niet voor niets revolutionair genoemd. Blockchaintechnologie maakt dat digitale objecten uniek en traceerbaar kunnen zijn, en dat dus op een zinvolle manier kan worden nagedacht over eigendom, en de overdracht van eigendom, van “data”. Dat zou, in principe, een oplossing zijn voor veel problemen van het huidige internet: van spam en datalekken tot platform-monopolies. En Bitcoin is in allerlei opzichten de veiligste, meest betrouwbare en meest decentrale blockchain die er is. Ik acht het heel goed mogelijk dat Bitcoin uitgroeit tot een soort protocol of infrastructuur voor online waarde-uitwisseling, waar bovenop allerlei nuttige diensten ontwikkeld zouden kunnen worden. Diensten die, net als Bitcoin, kunnen functioneren zonder dat daar een bank of een Facebook voor nodig is. En die ook niet zomaar door een overheid of een platform-eigenaar tegengehouden of teruggedraaid kunnen worden. (Ik heb er een paar jaar terug uitgebreider over geschreven; merk op dat ik toen een stuk optimistischer was.)

Ik heb geen idee wat zo’n ontwikkeling zou betekenen voor de koers van Bitcoin. Maar ik denk wel dat vrij snel iets van dit perspectief zichtbaar zou moeten worden. Een technologie die alleen ongereguleerde speculatie, belastingontduiking, illegale aankopen en de opmars van ransomware faciliteert, daar zullen overheden tegen blijven optreden en daar zullen professionele beleggers zich niet mee inlaten.

Slurpt Bitcoin energie? Dat is een beetje een rare vraag. Alle economische activiteit vraagt energie. Of dat slurpen is, dat gaat over effectiviteit en efficiency. Over input versus output. In het digitale-goud-model van Bitcoin is een belangrijke rol weggelegd voor de goudzoekers (“miners”). Zij controleren de transacties en “delven” in hetzelfde proces nieuwe Bitcoins. Om dit te doen moeten ze echte, niet-digitale kosten maken: hun energierekening. Iemand die het netwerk wil aanvallen, bijvoorbeeld om transacties te vervalsen, moet daarom ook hoge kosten maken: hij moet gedurende langere tijd meer rekenkracht mobiliseren dan alle andere goudzoekers samen. Met andere woorden: zonder energieverbruik geen veilige Bitcoin. Net zoals je zonder energieverbruik niet naar New York kunt vliegen en geen patat kunt bakken.

De eigenlijke vraag is: vinden we het de moeite waard? Vinden we dat de samenleving en de economie genoeg terugkrijgen voor al die energie? Vinden we dat het moet kunnen, ethisch en politiek gezien? Ik vermoed van niet, als Bitcoin uitsluitend de munt blijft van oplichters, afpersers, speculanten, belastingontduikers en drugshandelaren.

Wat de gek ervoor geeft, echt. Je kunt het het beste zien als een optie. Een aandeel in een mogelijke toekomst waarin Bitcoin een fortuin waard is, maal de kans dat die toekomst zich manifesteert.

De kans dat Bitcoin ooit de wereldvaluta wordt, of überhaupt een belangrijke rol zal gaan spelen in het mondiale monetaire stelsel, acht ik nul. Ik zie geen ander scenario waarin Bitcoin onvermijdelijk heel veel waard wordt. En ik zie de voorbeelden van nuttig en legaal gebruik eerder af- dan toenemen. Als dat niet verandert, dan verwacht ik toenemende regulering, afnemende interesse bij serieuze beleggers en een dalende koers.

Maar de belangrijkste reden dat ik voorlopig geen Bitcoin koop is dat ik het gewoon niet meer zo’n sympathiek project vind.

Disclaimer: dit is geen beleggingsadvies. Ik ben geen analist, geen succesvol belegger en ik volg de cryptospace de laatste twee jaar van enige afstand. Raadpleeg meer bronnen en trek je eigen conclusies.

Entrepreneur. Economist. Writer. Blockchain, basic income, social innovation. Co-founder of Thesis One. Groningen, the Netherlands. www.ronaldmulder.com

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store